Geschiedenis van de elektrische auto – deel 2

In mijn vorige blog heb ik het succesvolle begin van de elektrische auto beschreven. Door technologische verbeteringen van de benzinemotor verdween de elektrische auto uiteindelijk toch uit het straatbeeld. Maar… de elektrische auto kwam terug.

De terugkomst van de elektrische auto

Door luchtvervuiling in grote steden zoals Los Angeles en de oliecrisis in 1973, groeide de interesse voor de elektrische auto weer. De notie dat benzine in de toekomst (veel) duurder kon worden, zette een aantal Willy Wortels aan het werk. Dit resulteerde in Amerika onder andere in de Citicar en in Engeland in de Enfield Electric car.

De elektrische Citicar

De elektrische Citicar

Interesse verdween

Helaas bleek de gemiddelde automobilist teveel concessies te moeten doen ten opzichte van de benzineauto. De belangrijkste achilleshiel bleef de batterij. Die was nog steeds te zwaar ten opzichte van de geboden energieopslag. Daarnaast was de (relatief) hoge prijs voor de elektrische auto een groot obstakel. Van de Citicar zijn uiteindelijk nog geen 5000 stuks geproduceerd en van de Enfield Electric maar 120. De opleving van de elektrische auto in de jaren zeventig was nog geen tien jaar later weer voorbij.

Nieuwe wet Californië

Het startschot voor de tweede opleving van de elektrische auto wordt begin jaren negentig gegeven door de Californische wetgevers. In Los Angeles zorgde smog voor zoveel overlast, dat er een nieuwe wet van kracht ging voor de zeven grootste autofabrikanten in Californië. De autofabrikanten moesten ervoor zorgen dat 2% van de nieuw verkochte auto’s vanaf 1998 geen uitstoot hadden. Elk volgende jaar moest dat percentage oplopen tot 10% in 2003.

De EV-1 van GM

De autofabrikanten ontwikkelden elk een elektrische auto. Bij de meeste fabrikanten kon deze auto alleen geleaset worden en niet gekocht. De EV-1 van GM was een succes in 1997, want de vormgeving, rijeigenschappen en de actieradius waren voor een elektrische auto opzienbarend. In 1999 kwam er zelfs een verbeterde versie met een betere batterij van nikkel metaal hybride (NiMH) die iets meer actieradius en een langere levensduur had. De meeste EV-1 leaseklanten waren zo tevreden met hun elektrische auto, dat sommigen van hen hem niet meer wilde inleveren aan het einde van de leasetermijn.

General Motors EV-1, een elektrische auto uit 1997.

General Motors EV-1, een elektrische auto uit 1997.

Weg met de elektrische auto

Helaas maakte een team van advocaten van de auto-industrie een einde aan deze Californische wetgeving. Elke fabrikant nam aan het einde van de leaseperiode zijn elektrische auto’s weer in en liet ze direct vernietigen. Alsof ze het hele hoofdstuk ‘elektrische auto’ zo snel mogelijk wilden vergeten. Er is een mooie documentaire gemaakt over deze gebeurtenis met de titel Who killed the electric car. De documentaire schetst een ontluisterend beeld van hoe autobedrijven de politiek beïnvloedden.

Opleving 2003

In 2003 knutselden een aantal techneuten in Silicon Valley aan een eigen elektrische auto. Zij stonden aan het begin van de volgende opleving van de elektrische auto, maar daarover schrijf ik de volgende keer meer.

Over patrick

Patrick Hoogendijk is gepassioneerd autoliefhebber en kan kippenvel krijgen van het V12 geluid van een Aston Martin. Desondanks denkt hij dat het tijdperk van de verbrandingsmotor ten einde loopt en het tijd is voor iets nieuws en dat de elektromotor de beste kandidaat is.
Dit bericht is geplaatst in Elektrisch rijden met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *